0

No products in the basket.

De absolute luiheid

In het kader van een cursus schrijven heb ik zowaar eens wat tijd gemaakt om een paar woorden neer te pennen. Hieronder een tekstje waarbij we op basis van een bestaande beginzin een verhaal moesten verzinnen.

De man die de absolute luiheid wilde nastreven liep drie stappen de tuin in en strekte zich uit op het gras. Hij voelde hoe achtergebleven vocht van de bui eerder die dag verdween in zijn zwarte hemd dat zich langzaam als nat papier tegen zijn rug aanzoog. Met gesloten ogen genoot hij van de natte kou die zijn rug kriebelde. Ondanks de ongevraagde verkoeling vergleed hij al snel in een diepe slaap, alsof de zwaartekracht hem met zachte hand de aarde in trok, naar een wereld onder de onze.

Hij werd even gewekt door een vlucht kauwen, druk kwetterend op weg naar een slaapplek die alleen zij kennen. Toen de man moeizaam zijn ogen opende zag hij hoe tientallen kleine zwarte vogels boven hem een indrukwekkend luchtballet uitvoerden, tegelijk chaotisch en elegant. Het spektakel eindigde plots wanneer de kleine kraaien als op een afgesproken tijdstip gemeenschappelijk koers zetten naar een gedeeld elders. De valavond had intussen bijna alle kleuren weggezogen uit de even daarvoor nog levendige omgeving, alsof de vogels er mee aan de haal waren gegaan.

Het herinnerde hem aan de Griekse legende die hij jaren geleden in een van zijn vele boeken had gelezen. Daarin werd verteld hoe de kraai in het begin van de tijd een prachtige witte vogel was, tot hij het vuur stal van de Goden om het met de mens te delen. Tot groot verdriet van de kraai had de rook zijn verblindende verenkleed roetzwart gekleurd en sindsdien waren alle kraaien zwart. Hoewel de kraai de mens had geholpen vertrouwde die al snel de sinister uitziende vogel niet meer en hij verbande zijn vroegere vriend naar de wildernis.

De man had deze mythe altijd onthouden, hoe banaal ook. Hij was er niet het type naar om getooid met een t-shirt met kraaienprint de wereld in te stappen, of uit. Toch had hij altijd een zekere verwantschap gevoeld met deze dieren die volgens hem even complex en intelligent als onbegrepen waren.

De intussen verlaten schemerlucht boven hem was gedeeltelijk dooraderd met het takkensilhouet van de oude esdoorn die in de zomer schaduw bracht op het terras achteraan het huis. Dat terras had de strijd tegen het onkruid al een tijd geleden verloren en ook het huis kon dringend een opfrissing gebruiken zoals dat in makelaarskringen heet. De boom die hij ooit liefdevol Bessy had genoemd leek als enige buiten de tijd te bestaan. Ongestoord door het voorbijschuiven van de jaren registreerde ze in haar hoek van de tuin het verval rondom.

Na zacht aandringen door de avondbries liet de esdoorn voorzichtig twee kleurloze bladeren los. Het ene blad dwarrelde domweg naar de aarde, het andere gleed stijlvol in een boog recht naar de man, om met een wilde buiteling te landen naast het lege pillendoosje dat uit zijn hand was gerold.