0

No products in the basket.

Rundskop en de Oscars

Zondag is het weer tijd voor het mondiale celebrityfeestje bij uitstek: de Oscars. Dit jaar hebben we dankzij Rundskop zowaar een reden om te kijken, buiten de ongetwijfeld interessante kapsels, jurken en andere verpakkingen. Wat dat laatste betreft las ik eerder vandaag trouwens toevallig nog een leuke quote van Gerrit Komrij: “Hoe minder je hebt te bieden, hoe mooier je de verpakking maakt.” Maar dit terzijde.

Het is met Iedereen Beroemd in 2001 alweer meer dan 10 jaar geleden dat een Belgische speelfilm werd genomineerd. Daarvoor raakte alleen Daens uit 1993 bij de laatste 5 genomineerden, om maar te zeggen dat een Belgische Oscarnominatie zeldzaam is.

Ik heb de andere nominees in de categorie ‘Beste Buitenlandse film’ niet gezien, en tot mijn schande moet ik toegeven dat ik ook Rundskop pas zeer recent heb bekeken. Vergelijken kan ik dus niet, maar wat Rundskop betreft (of ‘Bullhead’ zoals hij in de V.S. heet), dat is met voorsprong de beste Belgische film die ik de afgelopen jaren heb gezien, evenwel met nadruk op het land van herkomst.

Het verhaal is bekend: De jonge Limburgse vetmester Jacky Vanmarsenille wordt door een malafide veearts gevraagd om een deal te sluiten met een beruchte West-Vlaamse vleesboer. Maar de moord op een federale politieagent en een onverwachte confrontatie met een mysterieus geheim uit zijn verleden zetten een reeks gebeurtenissen in gang met verregaande gevolgen..

In tegenstelling tot heel wat andere (voornamelijk binnenlandse recensies) bewaar ik woorden als ‘meesterwerk’ liever voor andere films, maar wat deze film wel doet is aan je ribben blijven kleven en dat blijft toch hét criterium op basis waarvan ik het filmkaf van het koren scheid.

De zeer herkenbare fotografie van Nicolas Karakatsanis is donker en dreigend, maar dé ster van Rundskop is zonder twijfel Matthias Schoenaerts die met een ongeziene intensiteit (de vergelijking met De Niro in Raging Bull is al meermaals gemaakt) een indrukwekkend sterk personage neerzet. Samen zorgen ze ervoor dat de film in een heerlijk sombere, onheilspellende sfeer baadt die je als kijker meeneemt naar het onvermijdelijk tragische einde, als een hooiwagen die tegen wil en dank wordt meegesleurd naar de onpeilbare dieptes van een onwelriekend afvoerputje. Daarnaast zitten er een paar sleutelscènes in de film (de stenen, de lift!) die ervoor zorgen dat je deze film niet zomaar van je afgooit als een kille regenjas na een avondje bioscoop.

Perfect is deze film niet, voor zover een film dat al kan of moet zijn. Het is Michaël R. Roskams eerste langspeelfilm, wat het niveau van Rundskop alleen nog indrukwekkender maakt, maar het valt wel op. Ondanks de kracht die uitgaat van het hoofdpersonage en het trauma dat hij met zich meesleurt staat de plot niet even sterk op z’n poten als de gemiddelde vetmester mag hopen van de leden van zijn veestapel.

Rundskop is natuurlijk veel meer karakterschets dan misdaadthriller, maar dat maakt een sterke verhaallijn niet overbodig. De basis daarvoor lag er nochtans wel maar Roskam kiest ervoor om deze niet grondig uit te werken, met als resultaat dat wat ervan rest te warrig en complex overkomt. Dat in combinatie met een paar gaten en ongeloofwaardigheden in het scenario zorgt er hoe dan ook voor dat deze film niet het meesterwerk is dat het misschien wel had kunnen zijn. De Luikse garagisten die voor de onnodige vrolijke noot moeten zorgen hadden wat ons betreft trouwens ook wel mogen geschrapt worden. Als er ooit een museum komt van irritante en overbodige filmpersonages, dan krijgen ze van mij een plaatsje naast Jar Jar Binks.

Om nog even terug te komen op director of photography Karaktsanis, ik zag toevallig onlangs de clip van ‘Future Words’ van The Hickey Underworld nog eens terug (fijn nummer overigens, zie en luister hieronder). Zeer herkenbaar, fysieke transformatie van het hoofdpersonage incluis…